Moeten de kolencentrales openblijven om de gaswinning in Groningen te kunnen verminderen?

Sanne de Bruin, zondag 12 maart 2017

Ik hoor regelmatig dit argument tegen het sluiten van de kolencentrales: we kunnen de kolencentrales niet sluiten, want dan zullen de gascentrales meer stroom moeten produceren, terwijl we juist de gaswinning in Groningen willen verminderen.

Vaak komt de discussie dan terecht in de afweging wat belangrijker is: de aardbevingen in Groningen stoppen of de CO2-uitstoot terugdringen. Wat we eerst zouden moeten doen is onderzoeken of de onderdelen van de stelling eigenlijk wel kloppen.

Het eerste deel van de stelling is dat we, als we de kolencentrales sluiten, meer elektriciteit zullen gaan produceren met gascentrales. Dit is een aanname. Er worden bijvoorbeeld ook nieuwe windparken op zee gerealiseerd. In vermogen ligt de verhouding zo: de overgebleven kolencentrales vertegenwoordigen samen iets meer dan 7,3 gigawatt vermogen. Een deel van de kolencentrales is overcapaciteit; deze stroom wordt geëxporteerd. In de jaren van 2015 tot 2023 wordt er 4,2 gigawatt nieuw vermogen uit windenergie op zee gerealiseerd, volgens de Structuurvisie van minister Kamp. Dit zou een groot deel van de kolenstroom kunnen vervangen. Gezien het feit dat windenergie niet vraaggestuurd werkt, zal het wel waarschijnlijk zijn dat het sluiten van de kolencentrales deels opgevangen zal worden door gascentrales.

Dan het tweede deel van de stelling: namelijk dat gascentrales draaien op Gronings gas, wat zorgt voor aardbevingen. Er zijn twee parameters waar rekening gehouden mee moet worden:

Er zijn in Nederland twee gasnetten: er is het laagcalorisch net en het hoogcalorisch net. Het laagcalorisch net is het gasnet wat we allemaal kennen, hier zijn onze CV’s op aangesloten en ook een deel van de industriële opwekking, met name WKK’s 1. Het hoogcalorisch net bedient met name de industrie en de grote gascentrales voor elektriciteitsopwekking.

Het eerste goede nieuws is dat de elektriciteitsopwekking met name gebruikmaakt van hoogcalorisch gas. Volgens vraag 19 van deze uitgebreide beantwoording van Kamervragen door minister Kamp is in de jaren 2012 tot en met 2015 1,6 miljard m3 laagcalorisch gas gebruikt voor de elektriciteitsopwekking. Het totaal gasverbruik voor de elektriciteitsopwekking is volgens het CBS 7,1 miljard m3 in 2016 2. Het is dus gangbaar om hoogcalorisch gas te gebruiken in gascentrales: dit is nu ook voor de meerderheid van de centrales het geval. Dit heeft minister Kamp ook bevestigd in de eerder genoemde Kamervragen begin 2016 (vraag 55).

De vraag is dan waar dit hoogcalorisch gas vandaan komt. Het “Groningse gas” uit het grote gasveld in Slochteren is laagcalorisch gas. De gaswinning uit dit gasveld heeft dus weinig te maken met de elektriciteitsproductie. Hoogcalorisch gas kan gewonnen worden uit kleine velden op land en op zee, maar wordt ook geïmporteerd. Als het hoogcalorisch gas met name gewonnen zou worden uit de kleine velden op land, zou dit misschien ook kunnen leiden tot aardbevingen in ons land.

Volgens het CBS hebben we in 2016 ongeveer 40 miljard m3 gas gebruikt, inclusief elektriciteitsproductie. We hebben dat jaar 47 miljard m3 gewonnen uit eigen bodem, waarvan ongeveer 27 miljard m3 uit Slochteren en 20 miljard m3 uit de kleine velden. Daarnaast is er 38 miljard m3 ingevoerd, van het totaal is dan weer 52 miljard m3 uitgevoerd. Bij het zien van deze getallen vraag je je misschien af waarom we überhaupt nog zelf gas winnen, als we ook zoveel importeren en exporteren. Los van de gasbaten voor de overheid, is het zo dat onze CV-installaties en kooktoestellen gemaakt zijn voor laagcalorisch gas: deze werken niet goed met hoogcalorisch gas (dit geldt overigens ook voor België). Dit gegeven is wat het moeilijk maakt de winning te verminderen 3.

Elektriciteitscentrales hebben dus vrijwel niets te maken met de winning van zogenaamd ‘Gronings gas’, en het hernieuwd gebruik van gascentrales zou ook geen belemmering zijn om de gaswinning in Groningen te verminderen. Dit is dan ook geen argument tegen het sluiten van de kolencentrales. De nuance hier is dat ook het invoeren van gas nadelen heeft, denk bijvoorbeeld aan afhankelijkheid van Rusland. Het gebruik van gascentrales in plaats van kolencentrales betekent op de korte termijn een halvering van de CO2-uitstoot 4, maar moet wel gezien worden als een overgangsmaatregel in de transitie naar duurzame energie, niet als eindoplossing.


  1. Warmtekrachtkoppeling, gecombineerde elektriciteits- en warmteopwekking. Deze installaties worden bijvoorbeeld veel gebruikt in ziekenhuizen. ↩︎
  2. Het is mij niet helemaal duidelijk of deze 7,1 miljard inclusief die 1,6 miljard gezien moet worden. Het CBS maakt geen onderscheid tussen hoogcalorisch of laagcalorisch, alleen tussen het ‘hoofdtransportnet’ en ‘regionale netten’. Ik weet niet zeker of dit synoniem is voor respectievelijk hoogcalorisch en laagcalorisch, maar het lijkt me niet geheel overlappend. De 7,1 miljard m3 voor elektriciteitsproductie staat bij het CBS vermeld als verbruik via het hoofdtransportnet. Het zou best zo kunnen zijn dat het laagcalorisch gas dat genoemd is in de antwoorden op Kamervragen allemaal verbruikt wordt in WKK’s, die over het algemeen decentraal staan opgesteld en waarschijnlijk zijn aangesloten op het regionale net. ↩︎
  3. Er wordt al wel geminderd. Dit wordt aangevuld met hoogcalorisch gas, wat eerst vermengd wordt met stikstof om dezelfde samenstelling te krijgen als Gronings gas, zogenaamd pseudo-Gronings gas. Dit kost echter ook energie, voor de stikstofproductie. Op een gegeven moment is het wellicht logischer om alle verbrandingstoestellen om te bouwen naar hoogcalorisch gas, met andere branders. Dit is ook al aan de orde gekomen in de eerder genoemde Kamervragen begin 2016. Nog beter zou het natuurlijk zijn om direct helemaal van het aardgas af te gaan. ↩︎
  4. Een gascentrale stoot gemiddeld 360 gram CO2 per kWh uit, een nieuwe “schone” kolencentrale 743. Zie bijvoorbeeld deze factsheet van Greenpeace. ↩︎