Europese Unie buigt voor auto-industrie

Jammer maar voorspelbaar: de Europese regeringsleiders hebben het niet voor elkaar gekregen streng op te treden tegen de auto-industrie, omdat nieuwe auto’s helemaal niet aan de normen voldoen. In plaats daarvan zijn gewoon de normen aangepast aan de status quo.

Member states were deeply divided before the five hour meeting started. Among those calling for more latitude for the car industry, the German government said: “The diesel engine should be preserved as a powertrain option on the mass market.” Germany also said controls on enforcement of legal limits needed to be pragmatic.

Ik laat me maar even niet uit over het argument dat het handhaven van wettelijke limieten pragmatisch moeten zijn. Pragmatisme is geen vrijbrief om altijd maar de status quo te gedogen.

Wat me opvalt aan de discussie is het volgende: whatever happened to the government not picking winners? Een argument dat vaak gebruikt wordt tegen subsidies voor specifieke duurzame technieken, is dat de overheid niet moet gaan bepalen welke technieken straks (economisch) succesvol zijn. “De markt” zou hier beter in zijn en beter voldoen aan de wensen van de burger. Daarom zou de overheid de steun aan duurzame energie via een algemene definitie moeten opzetten. Dit is één van de redenen waarom de SDE+ subsidie is zoals hij is: de meest competitieve duurzame energie krijgt als eerste subsidie (let wel: dit gaat om prijs per eenheid energie, niet om uitstoot per eenheid energie).

De Europese regeringsleiders hebben echter offensichtlich geen schroom om dit argument volledig te vergeten als het gaat om het beschermen van bestaande, vervuilende techniek. Hoezo zou de dieselmotor moeten blijven bestaan? Dit soort normen, die niet op een bepaalde techniek gericht zijn, maar op de uitstoot ervan, zijn precies wat een overheid volgens het not-picking-winners-principe zou moeten doen. Vervoer moet minder uitstoten en dus leggen we dat vast in een norm; de markt moet maar uitzoeken hoe ze hun auto’s dan gaan aandrijven.

Het lijkt erop dat regeringsleiders deze argumenten alleen durven gebruiken als het gaat om nieuwe technieken, die nog geen gevestigd economisch belang vertegenwoordigen. Zodra de redenering betrekking heeft op een gevestigde industriële sector, is de angst voor economische repercussies te sterk om aan de theorie vast te houden. Gelukkig kan men dan altijd nog terugvallen op het argument dat een overheid zich sowieso niet moet bemoeien met de markt.

vrijdag 30 oktober 2015, door Sanne de Bruin